In veel gevallen zal het nooit lukken om iedereen die wil te laten parkeren. De volgende drie tips leiden in ieder geval tot een grotere kans dat dit lukt (zonder dat je capaciteit hoeft bij te huren):

 

• Hef de parkeerplaatsen op die exclusief gereserveerd zijn voor één auto (met nummerbord), zeker als de betreffende auto weinig aanwezig is.


• Weer alle auto’s aan de poort die niets te zoeken hebben op je parkeerterrein; dit vergt het plaatsen van een slagboom. Te weren zijn in elk geval de auto’s van vreemden die een beschutte plek zoeken. Deze categorie kun je uitbreiden met medewerkers die over een zeer eenvoudig alternatief beschikken.


• Zorg er in ieder geval voor dat de alternatieven voor de auto op orde zijn: een volwaardige fietsenstalling met douchevoorzieningen, een goede entree vanuit het openbaar vervoer met bijpassende vergoedingen.

Een parkeerterrein dat helemaal vol is zal niet kunnen functioneren. Maar als de vrije capaciteit de 5% - 10% overschrijdt kunnen verschillende dingen aan de hand zijn:


• De regels zijn te streng opgesteld. De uitgiftefactor voor de parkeerpassen (op basis van beschikbare plaatsen) houdt bijvoorbeeld onvoldoende rekening met Het Nieuwe Werken, waardoor mensen korter aanwezig zijn.


• Grote groepen medewerkers of klanten parkeren inderdaad in de omgeving en leveren daar veel overlast op. Welke groepen zijn dat precies, waarom parkeren ze niet op het parkeerterrein? Zouden ze wel een parkeerplek moeten hebben? Leidt dit tot een aanpassing van de regels of alleen tot meer bekendheid met de regels?


• Er is helemaal geen vraag naar die plaatsen en de klachten hebben geen duidelijke basis. Het kan zijn dat de geldende regels niet transparant worden toegepast - wat tot scheve gezichten leidt. Meer informatie over de regels t.a.v. het gebruik van het terrein kan dan helpen. Het kan ook zijn dat er iets heel anders aan de hand is: nieuwe ontwikkelingen of typen medewerkers waar de regels geen rekening mee hielden.

De parkeervraag zal als gevolg van Het Nieuwe Werken zeker veranderen:
• Medewerkers zullen minder vaak aanwezig zijn; dit zal zich direct vertalen in de parkeerbehoefte. Er verandert echter weinig als de bestaande pieken (maandagochtend) en dalen (vrijdagmiddag) in de parkeerbehoefte blijven bestaan.
• Medewerkers zullen minder vaak maar wel intensiever en tot later aanwezig zijn: op weg naar een volgende afspraak of werkplek of privé. Bij dit soort snel wisselende verplaatsingen is de auto een logischer keuze wat tot een toenemende vraag naar parkeerplaatsen kan leiden.

Als ook nog bedacht wordt dat het autorijden buiten de spits een stuk aantrekkelijker is hoeft invoeren van Het Nieuwe Werken niet automatisch te leiden tot een lagere parkeerbehoefte. Het Nieuwe Werken leidt in alle gevallen wel tot een heel andere omgang met de parkeercapaciteit: exclusieve parkeerplaatsen voor één persoon zijn nog meer uit den boze, de regels rond wie recht heeft op een plaats zullen moeten worden bijgesteld.

Het staat je vrij om bij elk parkeerterrein of parkeergarage plekken bij te huren. Of dit aantrekkelijk is hangt behalve van de prijs ook af van de nabijheid tot je eigen kantoor. Er zijn geen regels die bepalen hoeveel plaatsen je mag huren.

Als er geen betaald parkeren in de omgeving is, kunnen je auto’s ook op de openbare weg staan; als er wel betaald parkeren is, stelt de gemeente vergunningen beschikbaar; de uitgifte van deze vergunningen is aan gemeentelijke regels gebonden.

Het staat je vrij de parkeerplaatsen te verhuren aan wie je wilt en tegen welke prijs je wilt. Bedenk wel dat je hiermee ‘vreemde auto’s’ op je terrein of in je garage toelaat. Bij inpandige garages zullen die mensen bovendien vaak via je kantoor de garage moeten verlaten. Het is aan te bevelen een en ander goed contractueel te regelen.

Een parkeerplan is nodig als duidelijk meer vraag is naar parkeren dan aanbod. Groepen zullen in de klem komen, er zal onrust ontstaan en dit kan het functioneren van je organisatie op die plek hinderen. Een parkeerplan is goedkoper dan verhuizen. In zo’n plan worden de opties geanalyseerd en vastgelegd: bijhuren tegen veel geld, beter verdelen of een integraal mobiliteitsbeleid.

Je parkeerterrein zal privé terrein zijn waar de politie normaal gesproken geen toegang heeft. Om van vreemde auto’s in ieder geval te kunnen vaststellen dat ze in overtreding zijn is het noodzakelijk een terreinreglement op te stellen. Beter is het om een slagboom te plaatsen om te voorkomen dat deze auto’s binnenkomen.

Het staat je geheel vrij om bezoekers of medewerkers te laten betalen voor het parkeren. Het gaat om het gebruik van dure ruimte waar best een vergoeding tegenover mag staan. Laten betalen heeft echter weinig zin als buiten nog volop gratis parkeercapaciteit beschikbaar is. Je creëert dan een leeg parkeerterrein en veel overlast erbuiten.

Als een parkeerterrein wordt gedeeld zullen er meestal afspraken zijn gemaakt over hoe die plaatsen gebruikt mogen worden. Het maakt veel uit hoe die afspraken zijn ingestoken:


• Heb je recht op een x-tal plaatsen en mag je zelf beslissen wie je daar laat parkeren? Deze optie biedt je veel vrijheid zolang de grenzen niet worden overschreden (hoe vindt de controle plaats?).


• Of heb je recht op een y-tal vergunningen die je aan bepaalde medewerkers geeft die er vervolgens vrij mee mogen in- en uitrijden. Deze vergunningen zijn meestal goedkoper dan de plaatsen; nadeel is dat zo bezoekers niet automatische in de garage een plek zullen hebben.

Parkeermaatregelen zijn nooit leuk; mensen worden soms gedwongen een verworven recht op te geven (vrij en onbeperkt parkeren) zonder dat veel positiefs ter compensatie kan worden geboden. Parkeren kan echter redelijk zakelijk benaderd worden en een aanpak hoeft niet te leiden tot een confrontatie tussen OR en directie.


• Uiteindelijk zal het wel mogelijk moeten zijn overeenstemming te bereiken over een parkeerplan als in ieder geval het functioneren van de organisatie op die plek centraal wordt gesteld. Als er niets aan het parkeren gebeurt komt dat functioneren in gevaar en is het enige alternatief verhuizen of sluiten. Velen maken dan al hun keuze: de plekken met krappe parkeermogelijkheden zijn meestal gelegen in de aantrekkelijke delen van de stad, de alternatieven op afgelegen bedrijventerreinen.


• Een belangrijke randvoorwaarde is de hoeveelheid geld die voor een oplossing beschikbaar is. Als dat geld beperkt is valt de optie bijhuren of bijbouwen van capaciteit af.


• Een koppeling met ambities op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen of Het Nieuwe Werken zullen de te nemen maatregelen verder richting kunnen geven.

In de parkeerbenchmark berekenen we onder andere het aantal parkeerplaatsen dat beschikbaar is voor medewerkers die met de auto reizen. Hoe komen we aan dat laatste aantal?

 

Een precieze berekening van het aantal auto-medewerkers kan soms veel tijd kosten. Daarom volstaan we hier met een raming. Die raming is gebaseerd op 4 vormen van input.

  1. Ten eerste: een raming uit de parkeeropgave. We gaan uit van het totaal aantal parkeerplaatsen, verminderd met het aantal nodig voor bezoekers en verminderd met het aantal overtollige parkeerplaatsen en verhoogd met het aantal parkeerplaatsen tekort.
  2. Ten tweede: een raming op basis van aantallen voertuigen. We tellen het aantal leaseauto’s op bij het aantal pool auto’s.
  3. Ten derde: een raming op basis van het aantal mobiele medewerkers. We gaan er daarbij van uit dat de mobiele medewerkers over een auto beschikken.
  4. Tenslotte: een raming op basis van gebruik. We tellen hier bij elkaar op het aantal leaseauto’s en het aantal privé-auto’s dat zakelijk wordt gebruikt.

 

Van deze 4 uitkomsten bepalen we de grootste waarde – en die waarde hanteren we als raming van het aantal auto-medewerkers.

De CROW parkeerkengetallen bieden inzicht in de parkeervraag bij functies in bepaalde omstandigheden. Het zijn echter geen normen en er zijn op landelijk niveau ook geen andere parkeernormen. De gemeente zelf kan de kengetallen juridisch in normen hebben vastgelegd. Als dit is gebeurd en je wilt er van afwijken dien je gebruik te maken van een afwijkingsprocedure die normaal gesproken in de regeling is opgenomen.

Parkeren kost veel geld (aanleg, onderhoud, beheer) maar het is lastig om op parkeren geld te besparen als de plaatsen op eigen terrein liggen. Veel kosten liggen vast en de vrijkomende ruimte is niet altijd voor iets anders te benutten. Drie manieren om geld te besparen:


• Parkeerplaatsen elders gehuurd of gekocht afstoten.


• Geld vragen voor het gebruik van de plaatsen.


• Besparen op het beheer: bemensing, apparatuur of back office. Soms levert het geld op om het parkeerbeheer uit te besteden (niet altijd!).